April 2021


4 april 2021

Zwaantje

Pasen! Een mooi moment in het jaar. Het is volop lente al zou je dat aan het weer nu even niet zeggen. Het begin van een nieuwe en vreugdevolle cyclus. Alles loopt uit, wordt groen, raakt in bloei. Hernieuwd en nieuw leven. In het dierenpark zijn er spelende jonge geitjes. Er is een jong zwaantje dat goed bewaakt door zijn ouders parmantig het park verkent. En er is meer op komst. Het stelletje koolmezen op mijn balkon is vertederend  druk bezig om een nestje in te richten. En pa mees zit daarbij regelmatig op de balustrade van mijn balkon lekker hard en schel te fluiten. Dat lijkt heel mooi, zo’n fluitende vogel. En het klinkt vrolijk. Maar in vogeltaal doet hij niets anders dan zo hard mogelijk roepen: wegwezen allemaal, gaat wieberen, dit is mijn balkon en o wee als jij je hier durft te vertonen. Ik zit hem soms te plagen door heel schel tussen mijn tanden te fluiten. De arme jongen snapt er niets van, zit dan verwilderd om zich heen te kijken en begint nog harder te roepen.
Voor mij zijn dit de leukste dagen van het afgelopen jaar. Omdat het lente is en alles weer opbloeit. Maar vooral omdat ik eindelijk gevaccineerd ga worden, komende vrijdag krijg ik de eerste. Ik zag gisterenmiddag op de app van het Eindhovens Dagblad dat ouderen die in 1947 en 1948 geboren zijn zich kunnen aanmelden. Ook als ze nog geen uitnodiging hebben gehad. Eindelijk, want ik had me de afgelopen tijd al vaak lopen ergeren, was soms boos geworden door de onduidelijkheid van het beleid. Bekenden van in de zestig en zelfs in de vijftig hadden al een prik. Hoezo ouderen en kwetsbaren eerst? Mijn hart maakte een heel flinke vreugdesprong. Nu zie ik mezelf eerder als een jongere uit 1948 dan als een oudere uit dat bouwjaar. Maar dat was voor mij geen beletsel om meteen de website op te zoeken, nadat ik het voor alle zekerheid nog een keer gelezen had. Ik was duidelijk niet de enige die het had gezien, want ik had een paar pogingen nodig om in te loggen.
Toen de afspraken waren gemaakt viel er echt een last van mijn schouders.
Lang geleden begon ik met trektochten. Rugzak, tentje, slaapzak en zo mee. En omdat ik toen voorzichtiger was dan nu moest echt alles mee wat ik onderweg dacht nodig te hebben. Dus liep ik met zo’n dikke twintig kilo op mijn rug. Waar ik vervolgens onder liep te zuchten en klagen dat het zo zwaar was. Tot ik door mijn werk in de Ardennen in gesprek raakte met bergbeklimmers die mij uitlachten omdat zij op hun expedities in de echt hoge bergen gemakkelijk met het dubbele rondliepen. Dan moesten er onder meer ook touwen en andere klimmaterialen mee. Dat zette bij mij de knop om. Vanaf dat moment kon ik alleen nog maar denken dat ik toch maar een makkie had. Als ik startte woog het eventjes zwaar, daarna niet meer. Hoeveel ik had lopen torsen voelde ik pas weer als ik de rugzak aflegde en lichtvoetig rondliep. Wat ik vind zit dus gewoon tussen mijn oren. Een ander referentiekader verandert hoe ik aankijk tegen mijn eigen situatie.
Dat geldt nu ook. Ik was zo gewend geraakt aan de maatregelen, aan de dreiging voor besmetting en ziek worden dat ik me niet goed meer bewust was welke invloed dat op mij had. Nu er eindelijk een concreet uitzicht op korte termijn is valt die last van mij af en realiseer ik mij dat het mij meer beïnvloedde dan ik wilde weten. Over een paar weken ben ik uit de gevarenzone, ook al gelden er dan waarschijnlijk nog steeds beperkende maatregelen. Maar ik ben me er weer ten zeerste van bewust dat ik vooral lijd onder het lijden dat ik vrees. En hoop doet leven.


11 april 2021

Kraanvogel

Wat is het menselijk brein toch een raar iets. Ik vraag me wel eens af of mijn brein van mij is of andersom. Het gaat soms gewoon zijn eigen gang zonder dat ik daar iets over te vertellen heb. ’s Nachts beleef ik in mijn dromen avonturen die ik overdag en bij volle bewustzijn met geen mogelijkheid verzonnen krijg. En ook overdag gaat er regelmatig iets door mijn koppie heen waarvan ik geen idee heb waar ik dat nu weer vandaan haal. Ik heb bijna altijd een liedje in mijn hoofd, best leuk. Maar er popt er regelmatig eentje op die ik soms in geen dertig jaar gehoord heb. Hoe dat toch kan en werkt, ik heb geen flauw idee. Mijn grijze massa doet dan gewoon zonder enige vorm van overleg waar hij zin in heeft.
Nu kan ik met die dromen en liedjes prima leven. Ik beleef er doorgaans veel plezier aan. Maar ik kan niet aan de indruk ontkomen dat mijn brein soms met mijn werkelijkheid aan de haal gaat als het hem zo uitkomt.
Het programma Mindf*ck van Victor Mids heb ik altijd met veel plezier bekeken. Hij weet als geen ander mijn brein op het verkeerde spoor te zetten. En vervolgens vertelt mijn brein mij dat wat ik zie volstrekt onmogelijk is. En wat ik ook probeer, van dat gemanipuleerde beeld kom ik niet meer af.
Het grappige is dat ik het zelf ook kan gebruiken om mijzelf voor de gek te houden. Toen ik vroeger nog lange trektochten maakte schatte ik doorgaans wel in hoeveel tijd ik nodig had om het doel van die dag te bereiken. Of het nu een lange dagmars was of een korte, als het tegenviel vielen de laatste kilometers mij zwaar. En als ik van tevoren bewust tijd incalculeerde voor tegenslag had ik geen enkele moeite met dezelfde afstand. Vorige week schreef ik over het gewicht van mijn rugzak, dat werkt in mijn hoofd net zo.
Deze week had ik even last van de eigenzinnigheid van mijn brein.
Ik had een hele week plezier: ik zong en danste door de kamer omdat ik eindelijk mijn eerste prik zou krijgen. Geweldig, in geen tijden heb ik zo’n leuke tijd gehad. Vrijdagmiddag was het zover in de prikfabriek in Veghel. Ik had verwacht dat ik eenmaal weer thuis alleen maar een gevoel van opluchting zou hebben. Gek genoeg was dat niet waar. Kennelijk had mijn brein op eigen houtje besloten dat vanaf nu de wereld anders zou zijn. En dat ik dus weer onbezorgd en zonder vrees voor besmetting verder kon. Dat is natuurlijk niet zo, dat is pas na de tweede prik. Maar ik kon het idee een tijdje niet loslaten. En dat verschil tussen mijn verwachting en de tegenvallende realiteit zorgde ervoor dat ik tot mijn eigen verbazing eerder wat chagrijnig was. Gelukkig ging dat weer snel over. Mijn brein is dus in staat om een volstrekt eigen beeld van de werkelijkheid en ook verwachtingen te vormen, waar ik niet altijd de zeggenschap over heb. En er is niet voor niets een gezegde dat als ik graag teleurgesteld wil worden ik vooral veel verwachtingen moet hebben.
En wat de foto betreft: die slaat deze week nergens op maar ik vind het gewoon leuk hoe deze kraanvogel mij nieuwsgierig staat aan te kijken.
Blijf gezond, geniet van iedere dag


18 april 2021

Tamar

Van de week kreeg ik een boek in handen dat ik maar met moeite opzij kon leggen en dat mij echt raakte.
Het gaat om “Fulltime avonturier” van Tamar Valkenier. Zij is een jonge vrouw met een fantastische opleiding en baan. Maar toen zij een poosje thuis zat met een gebroken voet begon zij zich af te vragen of dit het nu was: geld, carrière en zo. Ze voelde zich opgesloten in onze cultuur, ze wil graag haar grenzen verkennen en verleggen.
Zij besloot om te gaan fietsen. Een jaar vrij krijgen kreeg zij bij haar baas niet voor elkaar en dus nam zij ontslag en vertrok. Vanaf dat moment reist zij over de hele wereld. Telkens weer zoekt zij het onbekende op, levend met een absoluut minimum aan spullen en van wat zij onderweg aan eetbaars vindt. Af en toe heeft ze een baantje, of geeft ze een lezing om wat geld te verdienen. Ze komt na Europa onder andere in Australië, Mongolië, Nieuw Zeeland, Jordanië terecht.
Tamar is net als Bibian Mentel een van de mensen die mij inspireert.
Om te lezen is het een leuk boek, ik herken haar schrijfstijl. Geen dorre reisbeschrijving maar woordspelingen, wat ironie, goede observaties. En doorspekt met hoe ze het beleeft en wat dat met haar doet, wat ze daarvan leert. De wegen die zij opzoekt en bewandelt zijn tegelijk ook de wegen die zij in zichzelf vindt en onderzoekt.
Ik herken veel van wat zij beschrijft. Ik stond toen ik 55 was ook op zo’n punt. Ik had een verrekt goede baan maar ik had wel door dat wat ik deed eigenlijk niets bijdroeg. Veranderingsprocessen organiseren en begeleiden die de directie graag wilde maar waarvan de direct betrokkenen steeds weer zeiden: wat is er nu eigenlijk echt anders? En wat ik graag wilde veranderen in het bedrijf om daadwerkelijk een verschil te maken mocht niet. Ik besloot ook om mijn ontslag te nemen en maar te zien hoe ik verder zou gaan. En natuurlijk kreeg ik commentaar. “Waarom? Je praat nu met de directeur en je mooie huis en salaris dan?”. Maar ik was liever directeur over mijzelf. Het bracht mij naar Spanje, waar ik een paar jaar gewoond en gewerkt heb. Zonder vast inkomen en met volstrekt nieuwe uitdagingen.
Ik herken bij Tamar de opwinding en de vreugde maar ook de angsten en onzekerheden. Zij haalt bij mij herinneringen boven die ik koester. Herinneringen aan mijn vaak erg lange vakanties met trektochten, lange huttentochten in de bergen, of wekenlang wild kamperen in the middle of nowhere. Ik had tevoren vaak geen idee waar ik heen ging. Alleen of samen met mijn ex rondtrekkend zagen we wel. Toen we uit elkaar gingen zei ze mij dat ze onze vakanties nog het meeste zou missen. Ik was daar toen kwaad om: wat, de vakanties wel en mij niet? Nu begrijp ik het wel. Voor mij hield het niet op. Ik ging een paar jaar in een ander land wonen, liep naar Santiago, reisde letterlijk de wereld rond. Fantastisch om in mijn eentje te doen.
Toen ik nog die baan had werkte er een jonge man voor mij die graag op wereldreis wilde. Dat kon en mocht. Als iemand uitdagingen opzoekt heeft hij of zij mijn steun. Wat mij shockeerde toen hij terug kwam was dat hij er kennelijk niets van had geleerd. Hij vertelde alleen maar dikke verhalen die indruk moesten maken. Zoals iemand die hem ook goed kende tegen mij zei: hij is de wereld rond geweest maar in zijn hoofd heeft hij geen enkele grens overschreden. Terwijl in mijn beleving het er nu juist om gaat dat het vooral een reis van binnen is met als uitdaging verwonderd in het leven te blijven staan, wakker te blijven, over jezelf te leren, nieuwe inzichten op te doen en te leven in plaats van te overleven.
Ik heb het verhaal van Tamar gelezen met weemoed, verlangen en vooral veel vreugde. Voor mij hoeft het reizen nu niet meer zoals ik dat vroeger deed. Ik heb niet meer de fysieke conditie van toen. Ik weet dat mijn gezondheid mij beperkingen op legt. Voor mij is dat geen reden om dan maar zielig in een hoekje te zitten jammeren. Natuurlijk heb ik soms de neiging om er weer op uit te trekken. Maar een flink stuk minder is ook oké. Mijn echte vrijheid zit in mijn hoofd. Ik hoef niet ver te reizen of lang alleen te zijn om mezelf te verkennen en zo onbevangen in het leven te staan als ik als klein kind deed. Ik bepaal zelf waar ik mij wel en niet wat van aantrek, wat ik vind wat kan, mag en hoort. Mijn vreugde is niet afhankelijk van een bergtop of een vreemd land. Ik kan nu ook zonder ver te reizen mijn eigen uitdagingen opzoeken, het leven spannend en leerzaam houden en uit iedere dag halen wat er in zit.
Een uitspraak uit het boek wil ik je niet onthouden omdat het volgens mij zo waar is:
Neem het leven niet al te serieus, je overleeft het toch niet.

De foto is oud en van matige kwaliteit, ik zwierf toen door het Massif des Écrins in de Franse Alpen.


25 april 2021

Schuurtje

Ik was eigenlijk van plan om te schrijven over integriteit. Integer zijn is een begrip dat mij deze dagen nogal bezig houdt naar aanleiding van al het gedoe op het politieke strijdtoneel. Maar ik kijk het stiknieuwsgierig nog een tijdje aan. Ik ben heel benieuwd hoe iedereen zich uit deze soap gaat zien te redden.

Van de week fietste ik wat rond in de omgeving. Voortploeterend over een toch wel erg rul zandweggetje werd ik blij verrast door het jubelend gezang van een leeuwerik. Een piepklein vogeltje dat bijna onzichtbaar hoog tegen de blauwe lucht een concert gaf. Helaas is dit wondertje zeldzaam geworden. Het is voor mij echt het geluid van lente en zomer, het is heel wat jaren geleden dat ik het voor het laatst heb gehoord. Maar ik mocht er nu even volop van genieten.

Een ander, lekker strak geasfalteerd weggetje terugrijdend zag ik in het veld een oud en vervallen schuurtje staan. Het blijft zo te zien met moeite knarsend en krakend overeind, maar het is zeker niet nutteloos of overbodig. Al is het maar omdat het een schuilplaats biedt aan allerlei dieren. In al zijn tot op de draad versleten schoonheid vormt het een schril contrast met de zingende leeuwerik en al het ontluikend groen en de bloesems. De prunus in de tuin van mijn benedenburen is nu een uitbundige wolk van roze bloemetjes. Net een ontzaglijk grote toef haagse bluf. Een verrukkelijk en feestelijk toetje van bessensap dat mijn moeder vroeger maakte.

Het was sowieso een week vol herinneringen. Op Radio 5 was het de week van de jaren 60. Het ene na het andere lang vergeten liedje kwam voorbij. Trea Dobbs met de Ploem Ploem Jenka herinnerde mij aan dansles. Waar ik smoorverliefd werd op de dochter van de kapper, die mijn stuntelige liefde helaas niet beantwoordde. Met als uitschieter Herb Alpert die mij terugbracht naar mijn eerste vriendinnetje. Ik was 18, geslaagd voor de HBS en er was iedere avond een feest. Of eigenlijk nacht, want meestal tufte ik op mijn brommer pas in het eerste ochtendlicht weer naar huis. Bij mij in de klas zat een prachtig meisje, het stuk van de school. En volstrekt ongenaakbaar, iedere versierpoging die mijn klasgenoten ondernamen liep op niets uit. Ik deed daar niet aan mee, daar was ik veel te verlegen voor. Tot er op een van die feesten iedereen mij stomverbaasd zat aan te kijken omdat ik met dat stuk zat te zoenen. Van mijn vader mocht ik daarna zijn Opel Kapitän lenen, om indruk op haar te maken. Het duurde maar een paar weken, maar het was wel kicken!

Ik kwam ook weer uit bij mijn eerste vakantie zonder mijn ouders. Met een vriendje kamperen op Texel. Hij was er met de spullen door zijn vader heengebracht. Ik was op mijn Berini. Toen het geld -veel te snel- op was moesten we naar huis. Hij ging liften, zijn vader had geen tijd om hem weer op te halen. Ik ging met het merendeel van de vele bagage zittend op het puntje van mijn zadel met de brommer. Tot mijn stomme verbazing zat hij mij thuis breed lachend op te wachten.

Ik had het er vanmorgen aan de telefoon met mijn moeder even over dat naarmate je ouder wordt er steeds meer van vroeger terugkomt en dat de dingen van gisteren snel vergeten zijn. Heel normaal, maar soms wel wat lastig. Het valt niet altijd mee dat ik moet accepteren dat ik geleidelijk minder kan. Een bril, gehoorapparaten, minder conditie. Toen ik dertig was liep ik marathons, of twee halve in één weekeinde. Nu ben ik blij met een wandeling of fietstochtje van een uur. Daar staat tegenover dat ik milder word. Ik merk het afgelopen week aan de muziek op de radio. Vroeger zou ik Heintje, James Last, Conny van den Bosch genadeloos hebben weggedraaid. Nu luister ik er met plezier naar.
Het is mijn uitdaging om, hoe leuk al die herinneringen ook zijn, niet terug te kruipen naar het centrum van mijn verleden. Maar gericht te blijven op de toekomst, op wat er wel kan, op wat er nog te ontdekken valt. Als dat lukt ben ik niet oud want het echte leven begint nu eenmaal altijd bij het steeds weer opzoeken van de grenzen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.