April 2022


3 april 2022

Nepnieuws

Je zou toch denken dat het met de moderne wetenschap en communicatiemiddelen vrij eenvoudig zou moeten zijn om te weten wat de waarheid is. Gek genoeg is dat niet het geval. De social media maken het juist heel gemakkelijk om allerlei onzin en leugens te verspreiden. En aangezien mensen geneigd zijn om dat eruit te pikken en te onthouden wat het beste past bij hun overtuiging gaat de waarheid nogal eens kopje onder.
Een tijd terug zag ik op tv een documentaire over asielzoekers. Ergens werd gedemonstreerd tegen de komst van die mensen. Een vrouw die het woord kreeg betuigde vol vuur dat het allemaal dieven en verkrachters zouden zijn en dat ze haar dochter van 14 dan niet meer ’s avonds naar buiten zou laten gaan, want dan zou ze beslist worden aangerand. Op de vraag van de interviewer waar ze dat op baseerde kwam als antwoord: dat staat op Facebook. Ik denk dat we allemaal zo langzamerhand wel weten dat je echt niet alles moet geloven wat er op Facebook, Twitter en zo voorbij komt. Maar ja, iedere beginnende demagoog weet dat als je iets maar vaak genoeg herhaalt er genoeg mensen zijn die dan denken: “dan zal het wel waar zijn”. Zeker als het in hun straatje past. En helaas worden de media dus steeds meer gebruikt in de propaganda van veel partijen. In de politiek zijn het vaak de populistische partijen die zich hieraan schuldig maken. Soms worden er volstrekt schaamteloos de grootst mogelijke onzinnige leugens verspreidt. Ook door onze eigen regering, zie de toeslagenaffaire. Maar zij zijn beslist niet de enigen. Rond de oorlog in Oekraïne zie ik het ook gebeuren: soms jaren oude beelden uit videogames of uit films die worden verspreid als bewijs voor wat daar zich afspeelt. Of foto’s en video’s die heel slim bewerkt zijn en gericht op het beïnvloeden van de publieke mening. Ik vind het steeds lastiger worden om nepnieuws van de echte feiten te onderscheiden. Gewoon omdat ik soms niet meer weet hoe ik iets kan verifiëren. Gelukkig zijn er wel wat slimmeriken die foto’s en video’s bekijken en kunnen terugvinden of die juist zijn of gewoon gepikt van iets anders. Maar dat is helaas maar mondjesmaat. Het helpt echter wel om mijn aannames, veronderstellingen en overtuigingen los te laten, al valt dat niet mee. Omdat ik dan minder vooringenomen kijk en lees.
Maar gelukkig is er ook een heleboel nep die echt leuk is: de jaarlijkse hype flauwe en sterke grappen rond 1 april. Ik kijk er altijd met veel plezier naar uit. In de krant vandaag: een ondergrondse wandeling van Strijp naar De Wielewaal. In mijn deel van Brabant zijn dat bekende begrippen. Er was wel een startpunt, een oude schuilkelder, maar geen tunnel. Tientallen mensen waren er op af gekomen. HEMA die onderbroeken aanbiedt die ook binnenstebuiten te dragen zijn, een reusachtig stenen beeld van Paaseiland dat in Zandvoort zou zijn aangespoeld. Beemsterkaas die graskaas met echte stukjes gras zegt te gaan verkopen, yoghurt en vla in blik want dat is makkelijk meenemen, flitspalen op de fietspaden omdat ook daar te hard gereden wordt. Boodschappendienst Flits, die garandeert binnen 10 minuten aan huis af te leveren, kondigt aan dat dit voortaan gebeurt door bejaarden in hun scootmobiel, want dan blijven die in beweging. Ik vind het allemaal zeer creatief en prachtig. Dit is het soort nepnieuws waar ik niet genoeg van krijg, soms zit te schateren van het lachen. Af en toe trap ik er zelf natuurlijk ook in. Een van de leukste was lang geleden, toen de magazijnmeester van de garage waar mijn vader de baas was, mij op pad stuurde om een blikje compressiepoeder te gaan halen. De ene na de andere garage stuurde mij zonder blikken of blozen door naar weer een andere: helaas bij ons net op, probeert het daar eens. Toen kon ik er niet echt om lachen, maar eerlijk gezegd: ik vind het nu wel een hilarische grap. En flauw of hilarisch, grappen en humor is wat we in deze wereld vol ellende hard nodig hebben.


10 april 2022

Tijd

Het was zo’n week waarin ik het echt druk had, achteraf weet ik echter amper waarmee dan. Daarvoor moet ik echt even in mijn agenda kijken. En toch lijkt het ook alsof er niets gebeurd is. De week is ongemerkt voorbij gevlogen. Tijd is toch maar een raar verschijnsel.
Ik heb wat last van mijn rug. Na een avond volledig verkrampt niet te hebben geweten hoe te zitten, staan of liggen is er een foto gemaakt. Uitslag: versleten, tussenwervelschijf erg dun geworden, een geringe scoliose en torsie, beetje artrose. Daar is goed mee te leven totdat de spieren eventjes luidruchtig en niet te negeren laten weten dat ik voorzichtig moet zijn. En dat ik naar de fysiotherapeut moet. Eerst wat geheimzinnige oosterse pleisters en tape om van de zeurende pijn af te komen. En nu oefeningen doen. Een korset maken. Dat droeg voor zover ik weet mijn overgrootmoeder vroeger ook, maar de peut bedoelt een korset van rug- en buikspieren. Oefenen dus. En terwijl hij mij letterlijk en figuurlijk onder handen neemt gezellig kletsen. Onder andere over tijd. Hij had ook de ervaring dat de week al voorbij was terwijl het gevoelsmatig pas dinsdag of woensdag was. Ik vertelde mijn theorie hoe dat kan. Namelijk dat hoe ouder je wordt, hoe kleiner en kleiner een week of maand is in verhouding tot de tijd die je al hebt geleefd. Wetenschappelijk slaat het nergens op, maar het is leuk er over te filosoferen.
En als we het toch over klein hebben: we kwamen tot de conclusie dat de wereld erg klein is. Hij hoorde aan mijn taalgebruik dat ik geen Brabander ben, dus vroeg hij waar ik vandaan kwam. Utrecht. Via dat antwoord kwamen we op zijn komende vakantie daar in de buurt, met een bootje varen. En kwam ik dus op mijn kanotochten daar, in de rest van Nederland en in het buitenland. Ik noemde Muggenbeet (geen geintje, dat gehucht bestaat echt) en de Weerribben als een van mijn favoriete gebieden. Die bleek hij weer te kennen. En toen ik zei dat mijn ouders daar in de buurt een camping hadden gehad was de cirkel rond, die plek kende hij wel. Althans wat ervan geworden was nadat wij daar eind jaren zestig waren vertrokken. Toen ik dit laatste aan mijn moeder vertelde kwamen er prompt veel meer van dit soort toevalligheden boven tafel. We hebben er hartelijk om kunnen lachen. Klapstuk was wel dat toen mijn moeder ruim 40 jaar geleden naar Tenerife verhuisde, zij bij de groenteman in gesprek raakte met een andere Nederlandse vrouw. Even kennismaken natuurlijk met de standaardvragen: hoe heet je, waar kom je vandaan? En al keuvelend bleek toen dat die vrouw mijn oudste zus goed kende. Je krijgt het niet bedacht, maar het gebeurt gewoon. Het gebeurde mij ook eens. In een ziekenhuis hier in Brabant raakte ik in gesprek met een arts die mij, toen hij mijn achternaam hoorde, vroeg waar ik vandaan kwam. Mijn antwoord was natuurlijk: uit Utrecht. Hij keek me aan met opgetrokken wenkbrauwen: waar in Utrecht? De Leidseweg. Bij de Mozartbrug? Ja. Dan heb ik jouw vader gekend, ik woonde daar heel vlakbij. Dat moet mijn oom zijn geweest, want mijn vader is heel jong gestorven. Maar toch. Je krijgt het niet bedacht maar het gebeurt gewoon.
Bij mij zette dat dat gemijmer over vroeger een hele trein aan herinneringen op de rails. Dat is een van de leuke gevolgen van ouder worden: ik krijg steeds meer om met plezier op terug te kijken. Ik dook thuis lekker sentimenteel in de fotoalbums van vroeger. Mezelf als klein jochie met mijn vader op het strand, met mijn ouders en zussen braaf in de camera kijkend, schoolfoto’s waarop ik natuurlijk vrijwel altijd een gekke bek moet trekken (ik kon het toen al niet laten om iets raars te doen), foto’s van vakanties vroeger, van vriendinnetjes waarvan ik me nu wel eens afvraag wat er van ze geworden is. En zo terugkijkend bestaat, gek genoeg, de tijd ineens niet meer.


17 april 2022

Honderd

Honderd? Ja, honderd! Honderd wat? Honderd kaartjes en berichtjes! Deze honderd heb ik gehaald. Nu ikzelf nog.
Als je mij twee jaar geleden, toen ik hiermee begon, had gezegd dat ik zo ver zou komen had ik je voor gek verklaard. Of op zijn minst met enige argwaan bekeken. Maar ja, je zou uiteindelijk dus wel gelijk hebben gehad. Vraag mij niet hoe ik dit heb klaar gespeeld. Ik verras eerlijk gezegd mijzelf ook steeds weer omdat de teksten vanzelf opborrelen. Nu ook, ik heb nog geen idee wat ik ga schrijven om dit vel vol te krijgen maar over een halfuurtje of zo is het wel gelukt. Het waarom van mijn verhalen heb ik wel vaker uitgelegd: corona, isolement, toch contact blijven houden. En nu corona weliswaar niet weg is, maar de beperkende maatregelen gelukkig wel, is die basis verdwenen. Maar ik ga er toch maar mee door. Het is leuk om te doen, ik weet dat ik een hoop mensen er een plezier mee doe, en ik ben iedere keer weer blij met de reacties die ik krijg. Afgelopen week brak wat dit betreft een record, nog nooit kreeg ik zoveel berichtjes terug. Vooral met lieve opmerkingen over mijn jeugdfoto. Dank, dank, dank.
Dat de maatregelen met betrekking tot corona zijn afgeschaft blijft wennen. In twee jaar tijd ben ik er zo aan gewend geraakt dat het nog steeds wat vreemd voelt dat alles weer mag. Het handen schudden is er bij wel uit, ik boks nog steeds. Die drie zoenen hoeven voor mij helemaal niet terug te komen. Maar verder is het fijn om zonder gedoe met mondkapjes en zo weer gewoon mijn gang te gaan. En dat het dan ook nog lente is en de zomer op komst maakt het nog mooier. Beter weer en dus veel meer naar buiten. In het verzorgingshuis waar mijn moeder woont zijn ze gelukkig nog steeds voorzichtig. Er wordt vriendelijk gevraagd een mondkapje te dragen als ik door het huis loop.
Gisteren zag ik voor het eerst echt het effect van het afschaffen. Ik moest ’s morgens in Schijndel zijn. Overal borden met aanwijzingen voor Paaspop dat daar plaatsvindt. Ongelooflijk hoe daar in een korte tijd bijna een heel dorp uit de grond is gestampt: tenten, podia, camping, et cetera. Ik zal er zelf niet heengaan. Dat is niks voor mij: een grote mensenmassa en vooral te harde muziek. Maar ik was verrast door de stroom van tientallen caravans die zich richting de camping spoedden. De grote feesten mogen gelukkig weer doorgaan, want ze zijn een goede uitlaatklep na de beperkingen van de afgelopen jaren. Zelf vier ik liever op kleinere schaal feest. Koffie met de buren, een etentje met familie. Verjaardagen niet, daar heb ik mijn hele leven lang al een hekel aan. Te druk, te rumoerig, soms ook te plichtmatig. Je vindt mij dan ook bijna altijd in de keuken. En binnenkort heb ik weer vakantie, dat is ook altijd feest. Dit jaar val ik echt in de prijzen. Ik ga weer naar Tenerife. Daar is voor de twintigste keer de Mueca (Spaans voor grijns), een groot jaarlijks straatkunstfestival met artiesten uit de hele wereld. Clowns, muziek, je kunt het zo gek niet bedenken of het is er. Op straten en pleinen, soms met tribunes, meestal keurig gepland maar soms ook spontaan. Dit is het soort festival dat mij veel meer aanspreekt, ook omdat er vaak veel te lachen valt. En zowaar, de Spaanse overheid heeft besloten dat met ingang van de tweede helft van april ik weer gewoon in het vliegtuig mag stappen zonder een stapel formulieren te moeten invullen en QR-codes aan te vragen. En dat daar ook de mondkapjesplicht wordt afgeschaft. Heerlijk vooruitzicht: twee weken terras aan het strand, zwembad, straattoneel, lekker eten, en natuurlijk oude bekenden opzoeken. Dat houdt dus ook in dat ik een paar weken geen verhalen schrijf. Sorry, maar je moet het na komende zondag even zonder doen.


24 april 2022

Genieten

Nog een paar dagen, dan heb ik vakantie. Op het vertrouwde Tenerife. In de tientallen jaren dat ik daar kwam omdat mijn moeder er woonde heb ik daar natuurlijk ook vrienden gekregen. Die ga ik weer eens opzoeken. En natuurlijk vooral lekker veel aan het zwembad liggen, een drankje op een terras drinken, lekker uit eten. En zoals ik vorige week al schreef, is daar dan een groot festival met straatkunst. Het enige waar ik nu tegenop zie is het weer. Geloof het of niet, maar het is hier in Nederland al een hele tijd warmer en droger dan daar. Ik heb er ooit wel eens een week doorgebracht dat de regen iedere dag echt omlaag kwam klotsen. Maar we zullen zien, er is altijd iets van te maken. Het is toch een heerlijk en feestelijk vooruitzicht waar ik nu al van loop te genieten. Het lijkt wel of ik naarmate ik ouder wordt steeds meer kan genieten, ook van de gewone en kleine dingen. Ik denk dan even niet na over wat er allemaal nog moet, ik maak me dan geen zorgen, maar heb gewoon in het moment plezier van wat er is.
Wat ik jammer vind is dat ik “mijn” koolmezen niet zal zien uitvliegen. Pa en ma koolmees vliegen zich het vuur uit de sloffen met allerlei lekkers voor de jongen in de nestkast op mijn balkon. Het blijft een vermakelijk iets om naar te kijken. Ik kan vooral genieten van die momenten dat het jonge grut groter wordt en voorzichtig naar buiten komt kijken. Met als summum het moment dat ze, aangemoedigd door hun ouders, zich met een soort verbeten uitdrukking op hun koppies de wijde wereld in storten. Ze fotograferen doe ik niet meer, ik heb al eindeloos veel foto’s van dat leuke gedoe rond de nestkast.
Over fotograferen gesproken, ik ben een nieuwe stijl van fotograferen aan het ontwikkelen. Ik doe mee met een klein groepje in de fotoclub, dat zich toelegt op macrofotografie. Dat is niet direct mijn ding, maar het vraagt een zeer goede kennis en beheersing van de camera. Dat is voor mij een goede reden om mee te doen omdat ik de neiging heb snel even te knippen en niet echt na te denken over instellingen, over compositie en zo. Ik had een tijdje geen idee wat te doen. Ik ben niet iemand die voor dag en dauw opstaat om libellen of vlinders te gaan fotograferen. Als je dat wilt is heel vroeg in de ochtend het ideale tijdstip omdat het dan nog koud is, de beestjes nog niet zijn opgewarmd in de zon en dus stil blijven zitten. Wegvliegen gaat nog niet. Wat ik wel heb gedaan is een paar kleine donzige veertjes oprapen. Langs het hek van het dierenpark bij mij achter liggen er daarvan volop. Daarmee begon ik wat te experimenteren met hoe ze neer te leggen, met kleur en zwart-wit, met contrast en zo. En langzaamaan werd ik steeds enthousiaster. Zoals je op bijgaande foto kunt zien leverde dat een verrassend leuk resultaat op, waar ik erg van kan genieten. Op Tenerife zal ik mijn camera vooral gebruiken om leuke momenten van het festival vast te leggen. Maar als ik weer thuis ben ga ik verder met de voor mij nieuwe, wat grafische manier van vastleggen van voorwerpen, van patronen en structuren. Jullie zullen af en toe het resultaat ervan gaan zien als het mij inderdaad lukt om vaker wat moois te creëren.
Voor nu: de komende dagen thuis nog wat dingen regelen, wat werk afmaken, koffer inpakken en wegwezen. De komende drie zondagen krijgen jullie geen bericht van mij. Mijn laptop laat ik thuis, mijn zwembroek en mijn goede humeur neem ik mee.