Juni 2021


6 juni 2021

Zomersneeuw

Het is weer zo ver. Eind mei, begin juni. Altijd prijs. Er staan nogal wat populieren in de buurt van mijn huis. En dat levert in deze tijd van het jaar altijd een verschijnsel op dat ik zomersneeuw heb gedoopt. De populieren laten dan uitbundig hun zaad los met als gevolg dat het lijkt te sneeuwen, zo veel witte pluisjes drijven dan door de lucht. Het duurt maar een paar dagen. En telkens weer vind ik het prachtig en vervelend tegelijkertijd. Prachtig omdat ik zo kan genieten van hoe mooi het is, al die pluisjes die stil rondzweven. En vervelend omdat het gaas van mijn hordeur er vol mee komt te zitten en ik er een flinke klus aan hen om ze met een handstofzuigertje te verwijderen zonder mijn hordeur te beschadigen.
Maar ja, er is zoveel dat twee kanten heeft. Een medaille met maar één kant bestaat niet, ook niet als je hem doorzaagt. Dan heb je gewoon twee medailles met twee kanten. Zo onverbiddelijk is de realiteit nu eenmaal. Ik vind het begin van de zomer sowieso erg mooi. Maar ja, dat vind ik van de herfst, de winter en het voorjaar eerlijk gezegd ook. Toen ik in het zuiden van Spanje woonde was het eigenlijk altijd zomer, Alleen in januari en februari was het wat kouder. Het is best leuk als er ook in januari bloemetjes in bloei staan en er vlinders rondvliegen. Maar het werd mij soms echt te saai. Waar ik daar helemaal blij van werd was de oranjebloesem. Als de sinaasappelbomen, en er stonden er daar een heleboel, in bloei stonden leverde dat een welhaast bedwelmend lekkere lucht op waar ik graag een tijd van bleef zitten genieten.
Nu ik weer in Nederland woon geniet ik van de wisseling van de seizoenen. Wat voor mij deze tijd van het jaar zo mooi maakt is dat er iedere dag een schakelaar in mij op “aan” gaat. Hij hapert nooit. Ik wordt dan onmiddellijk zielsblij. Dat komt door alle bloemen die ik op mijn fiets- en wandeltochtjes tegenkom. Een berm met fluitekruid, klaprozen, en boterbloemen brengt mij stante pede in vervoering. Zo mooi! Ik kom er genoeg tegen en ik kan er geen genoeg van krijgen. Iedere dag al wandelend of fietsend wat dwalen, dus. Op de fiets maak ik van dat dwalen af en toe een serieuze poging om te verdwalen. Dat lukt niet echt goed. Wandelend al helemaal niet. Ik ken de omgeving waar ik woon nu eenmaal tamelijk goed. Maar ieder weggetje en paadje dat ik nog niet ken is voor mij. Dat is soms even ploeteren over een al te mul zandpaadje, maar het brengt mij op onverwacht mooie plekjes. Als ik echt wil verdwalen moet ik het verder van huis zoeken. In mijn vakanties lukte me dat behoorlijk goed, al was het doorgaans niet met opzet. Als ik het gebied niet ken en de taal niet spreek is het een eitje. Het leverde wel eens wat praktische problemen op. Zoals “vind ik voor het donker wordt mijn tent terug”. Dat kan nog knap lastig zijn als je wild kampeert en die tent ergens in de middle of nowhere staat. Maar daar is goed mee te leven. Ik heb niet voor niets heel wat trainingen in de Ardennen gegeven, met een aantal basale skills uit het SAS Survival Handboek in mijn achterhoofd. Was af en toe niet alleen erg stoer maar toch vooral handig.
Ik vind verdwalen een heerlijk alternatief voor al het doelgerichte waar ik vroeger in mijn werk en nu in mijn bestuursfuncties mee bezig ben. Goed voor ogen houden waar ik, of waar het team dat ik begeleidde, moest uitkomen was mijn sleutel tot succes. Het zorgde voor voortgang en waar nodig tot flexibiliteit in mijn aanpak. Die focus op resultaat hielp mij om het proces waarlangs dat bereikt moest worden effectief vorm te geven. Toch is het ook in werk soms belangrijk om het onbekende in te durven stappen. Om de gebaande en vertrouwde, uitgesleten paden te verlaten om tot onverwachte en heel nuttige ontdekkingen te komen. Als je doet wat je altijd deed, krijg je wat je altijd kreeg. En soms heb je iets anders, iets nieuws nodig. Met mijn wandelschoenen aan of op mijn fiets wil ik van doelen niets weten. Mijn doel is dan lekker geen doel hebben en gewoon afwachten waar mijn voeten mij heenbrengen.
Zalig, daar word ik ook heel blij van.


20 juni 2021

Volheid

Onlangs had iemand die mij na aan het hart ligt het over volheid. Ik vroeg wat hij ermee bedoelde in de hoop het te begrijpen. Altijd lastig om een gevoel zo te beschrijven dat het eenduidig over komt. Ik dacht het begrepen te hebben.
De zwoele avonden deze week leidden ertoe dat ik graag nog laat in de avond op mijn balkon zat. Lekker even mijmeren, wat dat ook mag zijn. Gewoon een beetje mijn gedachten laten dwalen en maar kijken waar ze me heen brengen. Altijd verrassend waar ik dan uitkom. In een uurtje zwerf ik door de hele wereld en door mijn hele leven, plus door wat er daarbuiten ook allemaal nog is en kan zijn. Dwalen in optima forma.
Ik zat met een gevoel van loomheid heerlijk te genieten van de warmte en van het gekwaak van de kikkers in de vijver waar ik op uitkijk. De vleermuizen fladderden met gekke capriolen om mij heen, ijverig en vol enthousiasme op jacht naar muggen en andere insecten. Een flinke bijscholing kunnen ze wat mij betreft wel gebruiken. Er waren nog heel wat muggen over die zich onvermoeibaar tegoed deden aan mijn benen, armen en nek. Het zij zo, leven en laten leven is mijn devies. Een mug moet ten slotte ook eten, nietwaar? En de huidige trend naar meer vegetarisch eten heeft bij die kleine rotzakjes nog weinig voet aan de grond gekregen.
Naarmate het donkerder werd, werden rond half twaalf de lichtende nachtwolken zichtbaar. Een prachtig verschijnsel dat alleen eind juni en begin juli voorkomt. Dunne wolkenslierten op een extreme hoogte van 70 à 80 kilometer (een vliegtuig komt niet hoger dan tussen 10 en 13 kilometer) vangen dan zonlicht terwijl de zon al ver achter de horizon is verdwenen, met als gevolg dat deze wolken een helder blauwwit licht gaan uitstralen.
In mijn gedachtespoor kwam ineens het woord volheid weer tevoorschijn. En ik begreep ineens wat hij ermee leek te bedoelen. Ik zat daar supertevreden met een gevoel van overvloed en rijkdom. Alles was gewoon goed: de warmte, de geur van gras en kruiden, de geluiden, het schouwspel, mijn gevoel van gelukkig zijn. Daar lust ik wel pap van. Maar dat is een ander soort volheid.


27 juni 2021

De lift

Nee, dit gaat niet over die heel enge Nederlandse horrorfilm uit de jaren ‘80.
Een paar dagen geleden had ik in de lift een dubbele confrontatie. Eerst eentje met iemand anders en als gevolg daarvan eentje met mezelf.
Ik ging te voet naar de groenteman. Op weg naar buiten nam ik de lift omlaag. En net toen ik in de lift stapte kwam er iemand aanlopen die riep zij mee wilde. De anderhalve meter regel is nog steeds van kracht, bij de lift hangt al tijden een briefje dat er maar één persoon in de lift mag. En de dame in kwestie werkt in dit gebouw, dus dat briefje was niet nieuw voor haar.
Ik reageerde met: sorry mevrouw, niet meer dan één tegelijk. Haar reactie: ik ga wel in de andere hoek staan. Waarop ik wat kribbig zei dat die regel er niet voor niets is en dat ze dus niet mee mocht. Ik kreeg een snauw.
Eenmaal buiten liep ik er nog over na te denken. Eerst wat boos. Hoe kan iemand die in de zorg werkt nu zo slordig omgaan met de regels. Die heeft toch meer dan genoeg ellende van dichtbij meegemaakt. In mijn gedachten bleef ik even daarbij hangen: dom, kortzichtig, onverantwoord, hoe moeilijk is het nou om gewoon gezond verstand te gebruiken en zo.
Tot ik ontdekte dat ik eigenlijk exact hetzelfde deed. Mijn standpunt was (uiteraard) het enige juiste. Waarbij ik mezelf ook nog eens rechtvaardigde met een beroep op de wetenschap. Maar los van gelijk en ongelijk: ik verweet haar in mijn gedachten haar onbegrip, een gebrek aan gezond verstand, empathie en open staan voor andere inzichten. Terwijl ik zo overtuigd was van mijn eigen gelijk dat ik absoluut geen begrip wou opbrengen voor haar standpunt, me niet afvroeg of zij wellicht een reden had om zich zo op te stellen.
Wie is er nu dom of kortzichtig? Ik dus ook met mijn moeite om in de wereld ander te stappen en die te onderzoeken.
Hier gaat het dus vaak mis in communicatie. Vooral bezig zijn met mijn eigen opvattingen en inzichten overbrengen naar de ander om begrepen te worden. Maar moeite doen om de ander te begrijpen is moeilijker en minder vanzelfsprekend. Terwijl dat nu juist het begin is van een goede verstandhouding met verdraagzaamheid en wederzijds respect.
Ik vind het doorgaans wel gemakkelijk om alles keurig op een rijtje te hebben: zo zijn mensen nu eenmaal, zo zit de wereld in elkaar, zo doe je dat en niet anders. En mijn belang gaat daarbij natuurlijk voorop. Maar eigenlijk maak ik hiermee alleen maar mijn eigen wereldje klein, kom ik niet meer toe aan allerlei spannende en verfrissende ontdekkingen. Ik vind het toch wel bijzonder dat ik juist andere mensen nodig heb. En dan vooral dit soort minder aangename ontmoetingen, om mezelf beter te leren kennen.
Gelukkig kan ik achteraf er de humor wel van inzien. Kees van Kooten en Wim de Bie hadden heel lang geleden een programma op tv dat “De Clichémannetjes” heette. Een hilarisch voorbeeld van wat ik nu meemaakte. Beiden zaten vast in hun eigen verhaal dat bol stond van de nietszeggende clichés. Een eigen wereldje waar de realiteit niet meer in voorkwam. En ogenschijnlijk voerden ze aan een biljart een gesprek, maar ik heb zelden twee mensen met zoveel onbegrip volkomen langs elkaar heen zien praten.
Toen ik weer thuis kwam met een tas vol groente en fruit heb ik nog even gekeken of ik die vrouw ergens zag. Gewoon om even sorry te zeggen voor mijn kribbigheid. Maar dat wil nog niet zeggen dat ze wel met de lift mee had gemogen. Er zijn natuurlijk grenzen. Niet alleen omdat er regels zijn, maar ook omdat ik me daar wel zo prettig bij voel.