Mei 2021


2 mei 2021

Vertrouwen

Wat een gedoe in de politiek. Ik kijk met stijgende verbazing naar de ontwikkelingen. Een liegende minister-president, om de hete brei heen draaiende politici.
Iedereen roept dat de cultuur dringend moet veranderen en ondertussen blijft alles vooralsnog bij het oude. Echte stappen worden niet gezet. Daar kijk ik niet van op. In mijn werk heb ik lang geleden al ontdekt dat een probleem niet kan worden opgelost door degenen die het hebben veroorzaakt en er nog steeds deel van uitmaken. Dat is ook niet gek natuurlijk. Iedere speler heeft nu eenmaal te maken met meerdere belangen. In dit geval het landsbelang, het partijbelang en het persoonlijk belang, om er maar een paar te noemen. En je moet wel verrekte stevig in je schoenen staan om het landsbelang voorop te zetten en het partijbelang en persoonlijk belang aan de kant te zetten. Het gedoe rond Pieter Omtzigt maakt dat maar al te duidelijk. Er is nu eenmaal een verschil tussen zeggen en doen. Ooit introduceerden Chris Argyris en Donald Schön twee begrippen: de espoused theory en de theory in use. Vrij vertaald: de theorie die je openlijk aanhangt en de theorie die je daadwerkelijk toepast. Je herkent het vast wel, ik in ieder geval wel. Ik geloof graag dat ik een goed mens ben, die nooit liegt, altijd voor iedereen klaar staat en zeker niet discrimineert of racistisch is. Vraag mij ernaar en ik zal je vertellen dat ik echt zo ben. Dat is de theorie over mijzelf die ik graag verkondig. Maar in de dagelijkse praktijk klopt er af en toe geen ene mallemoer van. Dan probeer ik met een leugentje ergens mee weg te komen, dan kijk ik omdat het me even niet uitkomt liever even de andere kant op en dan ben ik bij Oost-Europeanen of donker getinte medemensen soms onnodig en volkomen onterecht argwanend. Lieg ik dan als ik zeg dat ik dat nooit doe? Ja, inderdaad. Want ik weet donders goed dat ik dat wel doe.De Duitse Friedrich Schiller Universiteit deed eens onderzoek naar liegen. Met een interessante uitkomst.. Het bleek dat in werkelijk iedere cultuur, in ieder land, bij alle volkeren op onze wereld liegen bij de dagelijkse praktijk hoort. En dat geld en economisch welzijn vaak de bron zijn van het liegen. Nu maak ik wel onderscheid: liegen is een woord dat synoniem is aan onwaarheid vertellen. Maar liegen heeft een negatieve betekenis, die ik interpreteer als onwaarheid spreken met een kwalijke bedoeling. Ik gebruik ook onwaarheden uit sociaal oogpunt. Als ik iemand tegenkom die ik al een tijdje niet heb gezien en de ander vraagt hoe het met mij gaat, is mijn antwoord natuurlijk: goed. Ook als het even helemaal niet goed gaat met mij. Dat is normaal sociaal wenselijk gedrag. Het is een soort smeerolie met de functie om communicatie op gang te brengen. Dat reken ik niet tot liegen, want het heeft geen slechte bedoeling. Net als zeggen: we moeten snel wat afspreken. Als het er niet van komt is dat prima, het hoort gewoon bij de dagelijkse omgang met elkaar. Soms is die smeerolie goed beschouwd wat hilarisch. Zoals aan iemand die voor het eerst bij mij op bezoek komt en voor de deur staat vragen: Hoi, heb je het kunnen vinden?
Het Duitse onderzoek over liegen wijst uit dat de kans dat iemand liegt toeneemt naarmate hij of zij er meer baat bij heeft, de pakkans kleiner is, danwel de straf erop kleiner is. Vanuit dit opzicht vind ik wat er nu in de politiek gebeurt echt ernstig. De eigen baat lijkt mij erg groot, als je goed van de tongriem bent gesneden en je bent betrapt de straf klein. Ik, en velen met mij, weten echt en niet meer waar ze bij de dames en heren in Den Haag van op aan kunnen. Professor Mauk Mulder, expert op het gebied van macht, zei ooit al eens dat macht de neiging heeft om iemand corrupt te maken en dat macht verslavend is. En dat de neiging kan ontstaan om normen en waarden daaraan ondergeschikt te maken. Ik heb zo’n donkerbruin vermoeden dat dit in Den Haag nu gebeurt. En dat dus de kans groot is dat alles bij het oude blijft. Het verschil tussen zeggen en doen lijkt mij behoorlijk groot. Maar ja, wat ik zelf zeg en doe is ook niet altijd zuiver op de graat. Alleen hebben bij mij misschien een paar mensen er soms wat last van. Den Haag heeft helaas veel meer impact. Ik blijf, misschien tegen beter weten in, er toch maar op hopen en vertrouwen dat ze daar echt hun best doen en er daadwerkelijk iets goeds tot stand kan komen. Of ben ik dan, net als de boom op foto, een beetje een eenling?

Blijf maar gewoon lachen, het leven is net zo leuk als je het zelf maakt.


9 mei 2021

Sleutel

Veronderstellingen, aannames, wat kunnen ze toch verrekte lastig zijn. En het is zo moeilijk om ze niet te hebben. Eigenlijk vrijwel onmogelijk omdat mijn verstand mij op basis van mijn ervaringen altijd een waarschijnlijkheid voorspiegelt waarvan ik klakkeloos aanneem dat die de werkelijkheid is.
Deze week was ik de reservesleutel van mijn auto kwijt. En natuurlijk op de dag dat de sleutel die aan mijn sleutelbos hangt weigerde. Die afstandsbediening deed het niet waardoor ik de auto niet afgesloten achter moest laten. Gelukkig op een veilige plek. Weer thuis hing ik mijn sleutelbos op aan het daarvoor bestemde haakje. En ik zag meteen dat mijn reservesleutel weg was. Dat viel mij nu natuurlijk meteen op. Zonder de weigerende sleutel zou het mij waarschijnlijk niet zijn opgevallen. Nu kan ik er smakelijk om lachen. Maar ik heb wel drie dagen lopen zoeken naar de verdwenen sleutel. Ik was er meteen van overtuigd dat ik hem pas geleden had meegenomen en waarschijnlijk op tafel had gelegd. Ik heb met tussenpozen alles afgezocht. Iedere keer als ik weer een ander idee kreeg waar ik hem misschien had neergelegd ging ik daar kijken. Alle laatjes en plankjes in mijn huis heb ik minstens drie keer bekeken en al mijn broek- en jaszakken meermaals afgetast. Tenslotte was ik ervan overtuigd dat hij waarschijnlijk per ongeluk door een bekende was meegenomen toen de sleutel op tafel lag. En dat als dat niet zo zijn ik een nieuwe moest laten maken. Dat kost dan meteen een paar honderd euro.
Zaterdag is mijn poetsdag, dus ik had me voorgenomen om als ik daarmee klaar was die kennis even te bellen. Maar ja, toen werd ik door de werkelijkheid ingehaald.Bij het stofzuigen zette ik de paraplubak aan de kant en ja hoor, daar lag hij. Half achter de bak. Toen ik mijn sleutels pakte had ik hem dus zonder het te merken per ongeluk van het haakje gestoten. En al zoekend was ik nooit op de gedachte gekomen dat hij gewoon op de grond gevallen zou kunnen zijn. Ik voelde mij even behoorlijk dom.
Nu kan ik er wel om lachen, zo onnozel kan ik dus ook zijn. Maar ik realiseer mij ook dat ik voortdurend met veronderstellingen en aannames leef die ik voetstoots voor waar aanneem zonder er even echt over na te denken en zonder ze te toetsen.
Bij die sleutel is dat alleen voor mijzelf even vervelend. Een paar dagen balen van mijn eigen slordigheid en klaar. Maar het gebeurt natuurlijk voortdurend in de omgang met anderen. Dan denk ik al te weten wat de ander wil, hoe hij of zij is. Dan ga ik uit van: “zo is hij nu eenmaal”, “zo gaat dat natuurlijk altijd”, “zo hoort dat en niet anders”. En de ergste van allemaal: “zo ben ik nu eenmaal”. Dan heb ik de werkelijkheid niet voor ogen. Daarmee gooi ik de deur dicht voor leren van mijn ervaringen en van wat er echt is. En dat kan een goede en gelijkwaardige relatie eventjes flink in de weg staan, de communicatie behoorlijk ingewikkeld en onduidelijk maken. Dan denk ik te weten wat de ander bezighoudt, wat hij of zij zal gaan zeggen of doen en dan luister ik niet meer. Dan sta ik niet meer open voor dat het ook anders kan zijn dan ik denk.
Waar zo’n zoekgeraakte sleutel al niet goed voor kan zijn: niet alleen een autodeur openen maar ook een deur in mijzelf. Voortaan beter opletten dus.
De foto slaat niet op dit verhaal, de in bloei staande oevers van de Aa zijn gewoon telkens weer prachtig.


16 mei 2021

Bloesem

Er zijn van die dagen die ik het liefst zou inlijsten. Dagen met een gouden randje waar ik helemaal blij van word en die een brede grijns op zijn gezicht tevoorschijn halen. Ik had nu twee van die dagen op een rij. Het is maar goed dat ik dit soort dagen niet in hun lijstje aan de muur kan hangen, ik zou hoe dan ook muren tekort komen. Ik heb regelmatig van die dagen. Mijn ex kon daar wel eens kwaad en jaloers op reageren. Zo van: “Het is niet eerlijk, jij hebt deze maand al voor de derde keer de dag van je leven, grrrr”. Ik kan het niet helpen, ik kan nu eenmaal intens genieten van wat ik leuk vind, van wat me goed afgaat, van de ogenschijnlijk kleine dingen die soms geheel onverwacht op mijn pad komen.
Vrijdagmiddag zat ik thuis rustig te werken aan de statuten en het huishoudelijk reglement van een stichting en van een vereniging waar ik bestuurslid van ben. De invoering van een nieuwe wet met betrekking tot het toezicht op het goed besturen van dergelijke organisaties maakt dit noodzakelijk. Ik was al erg tevreden over de voortgang, mede door de stevige en constructieve discussies met degene met wie ik dat samen doe.
Ik werd onderbroken door de telefoon. Een oom van mij aan de lijn. Ik had hem in geen jaren gesproken. Ik verwaarloos mijn familie nogal, geloof ik. Hij was van plan om zijn zus, mijn moeder dus, op te zoeken en wilde wat informatie. Het leidde tot een erg prettig gesprek waarop ik heel tevreden terugkijk. Natuurlijk werd ik uitgenodigd om een keer op de koffie te komen. Aan het eind van de middag ging opnieuw de telefoon, onbekend nummer. Ditmaal een nichtje van mij aan de lijn. Ook in geen jaren gesproken.
Daar zit een volstrekt krankzinnig verhaal aan vast. Zo krankzinnig dat ik het waarschijnlijk niet zou geloven als ik het niet zelf had meegemaakt.  Het soort gebeurtenissen dus waar ik gek op ben. Toen ik zo ongeveer 18 was woonden wij met ons gezin een paar jaar in De Meern bij Utrecht. Op een gegeven moment verhuisden wij en werd het huis verkocht. Nu, vele jaren later, woont mijn moeder in een verzorgingshuis in Maarssen. En sinds kort is daar een nieuwe bewoonster. En zij is degene die ons huis in De Meern van ons had gekocht. En om het toeval nog gekker te maken: nadat wij daar weg waren was dat nichtje dat mij belde daar in de buurt komen wonen en dik bevriend geraakt met de bewoners van “ons” huis. En nu hing dat nichtje aan de lijn. Het werd een ongelooflijk leuk gesprek, en ook nu natuurlijk de uitnodiging om op de koffie komen.
En aangezien alle goede dingen in drieën komen zat er zaterdag een erg lief kaartje van een vriendin uit Utrecht in de bus met fotootjes en lekkere thee. Door corona had ik haar ook al meer dan een jaar niet gezien. Het grappige is dat mijn zusje een soort plaatsvervangende moeder voor haar is, en zij mij bijgevolg gekscherend met oom aanspreekt. Blijft het toch een beetje in de familiesfeer.
Ik houd wel van het onverwachte en het ongewone. Verrassingen maken het leven nog een stuk leuker dan het zo al is omdat ze vaak een verandering met zich mee brengen. En gewoontevorming en gemakzucht staan verandering en ontwikkeling in de weg. In alle vreugde en blijdschap zit ik me nu te realiseren hoe belangrijk het is om echt aandacht te besteden aan de mensen die me lief zijn. En hoe gemakkelijk ik dat soms laat versloffen, dan heeft de sleur mij in zijn greep.
Morgen krijg ik eindelijk mijn tweede prik. En in het tempo waarin er nu wordt gevaccineerd kan het niet lang meer duren voor we weer redelijk normaal met elkaar om kunnen gaan. Ik kijk uit naar alle koffie, met buren, vrienden, teruggevonden familieleden. Na een dik corona-jaar dat ons nog lang zal heugen en dat ik liefst toch zo snel mogelijk vergeet wordt dit een zomer om nooit meer te vergeten. Heerlijk!


23 mei 2021

Zelfkennis

Soms verbaas ik mijzelf. Helaas ook in tegenvallende zin. Ik ben inmiddels oud genoeg en ik heb genoeg meegemaakt om in ieder geval de kans te hebben gehad om mezelf redelijk goed te leren kennen. Nou, dat valt soms dus vies tegen. Zoals een vriend ooit eens tegen mij zei: “Monty, je kunt van jouw leven zeggen wat je wilt, maar je kunt niet zeggen dat het saai was”. Ook al was het soms verre van leuk, ik kan hem geen ongelijk geven. Gelukkig waren er ook genoeg gelukzalige momenten en ervaringen. Als ik het over kon doen, deed ik het weer precies zo.
Deze week liep ik wat hoofdschuddend rond, ik was teleurgesteld in mijzelf. Ik denk nu eenmaal graag dat ik een grootmoedig mens ben, maar helaas haalt de waarheid mij soms onvermijdbaar in. Afgelopen maandag kreeg ik eindelijk mijn tweede vaccinatie. Ik had er al maanden naar uitgekeken. In januari was ik al begonnen uit te rekenen wanneer ik als lid van de hoog-risicogroep aan de beurt zou zijn. Ik ergerde mij af en toe aan alle pogingen van andere groepen om voorrang te krijgen. En ondertussen deed ik braaf mijn best om de regels na te leven. Niet dat ik van nature nu zo braaf ben, eerder in tegendeel. Maar ziek worden wilde ik heel erg graag voorkomen. En dat is gelukkig gelukt.
Ik had verwacht dat er na die tweede prik er een soort opluchting zou zijn, een gevoel van bevrijding uit het aan mijzelf opgelegde isolement. Nee dus. Dat komt een beetje doordat ik de dag erna wat slapjes was, een pijnlijke arm had en wat koorts. Maar dat was niet verontrustend, eerder een goed teken dat mijn lichaam hard aan het werk was om de prik te verwerken. Wat mij meer verontrustte was mijn emotionele reactie op de ontwikkelingen rond het virus. Hoewel de cijfers nog hoog zijn , dalen de opnames in het ziekenhuis en op de ic eindelijk in een rap tempo. En er werden versoepelingen aangekondigd. En dit laatste zat mij niet lekker. Het voelde als oneerlijk. Had ik hier in mijn eentje zo mijn best voor gedaan? En ondertussen had de “halve wereld” maar wat raak gefeest en gewinkeld, en nu mocht iedereen zomaar bijna alles! Ik weet het, in mijn gedachten trok ik het heel erg scheef en uit verband. En natuurlijk had veel meer dan de halve wereld, net als ik, wel zijn best gedaan om de regels na te leven. Maar dat komt nu eenmaal niet in de krant. Ik had mij al wel een paar keer afgevraagd wat er gebeurd zou zijn als er niet zo snel vaccins waren ontwikkeld. Hoeveel doden, hoeveel zieken, wat zou er dan nog mogen, hoeveel strijd en geweld zou er dan zijn op straat?
Wat mij van mezelf tegenviel was dat ik heel goed besefte dat mijn gevoelsmatige reactie absoluut net eerlijk en rechtvaardig was, maar dat ik ook nog eens moeite had om dit los te laten. Een groot deel van mijn lichaam, zoals arm- en beenspieren, heb ik goed onder controle. Een aantal andere, zoals mijn hart en longen gelukkig niet, die doen zonder dat ik daar moeite voor hoef te doen gewoon goed hun werk. Maar mijn koppie leidt een geheel eigen leven. Daar heb ik niet altijd zeggenschap over, zo lijkt het. En dan ben ik even jaloers, wil ik erkenning voor mijn inspanningen. Dan wil ik stiekem dat de feestvierders worden gestraft. Onzinnig, want daar gaat het helemaal niet om. Het gaat om gezond blijven door gewoon goed voor mijzelf te zorgen, ongeacht wat anderen doen. Een betere beloning voor mijn moeite is toch niet denkbaar? Inmiddels ga ik met een veel geruster hart de deur weer uit, al blijft dat mondkapje en zo wel in gebruik.

En, hoera, de jonge koolmezen op mijn balkon zijn uitgevlogen, het nest is leeg. Misschien komt er nog een tweede legsel. Ondertussen vermaak ik mij met de koolmezen, pimpelmezen, roodborstjes, boomklevers en de bonte specht die mijn potten met vogelpindakaas in drie dagen leeg eten.


30 mei 2021

Geluk

Fitis en tjiftjaf. Twee vogeltjes die op elkaar lijken als een eeneiige tweeling. Het verschil is voor mij echt niet te zien. Te horen wel. De fitis zingt echt, de tjiftjaf zegt braaf tjiftjaf. Wel handig, zo vergeet je zijn naam niet. Meer vogels hebben dat, door de gemakzucht ooit van de mens. Hoe zullen we dit vogeltje nou eens noemen? Nou, hij zegt tjiftjaf, dan noemen we hem ook zo. Zo ging het dus ook bij de kievit, de oehoe, de tureluur. Maar hoe komt dan de ooievaar aan zijn naam? En de rotgans? Die laatste heeft zijn naam vast te danken aan een boze boer. Ganzen kunnen nogal wat schade aanbrengen aan weilanden.
Ik had al een paar dagen een fitis of tjiftjaf op bezoek in mijn vogelrestaurant. Het was een keurig opgevoed vogeltje. Zijn ouders hadden hem goed ingeprent dat hij onder het eten zijn mond moet houden. Hij gaf geen kik. Dat bleef voor mij dus raden wie ik te gast had, tjiftjaf of fitis. Toen ik van de week thuis kwam lag hij dood op mijn balkon, tegen het glas gevlogen, helaas. Toch triest als je bedenkt dat hij een paar weken geleden een lange reis heeft gemaakt. De tjiftjaf overwintert rond de Middellandse Zee. De fitis zoekt het nog wat verder weg. Die zit in de winter ten zuiden van de Sahara. Moet je je eens voorstellen. Zo’n klein vogeltje dat de hele Sahara oversteekt, daarna de Middellandse Zee, vervolgens nog even Spanje, Frankrijk en België om hier te broeden. En dan in het najaar dat hele eind weer terug. Daar kunnen onze overwinteraars in Benidorm en zo nog een puntje aan zuigen. Maar ja, om dan zo hier aan je eind te komen. Het hoort nu eenmaal bij het leven, maar ik vind het verdrietig.
Van de week heb ik mijn nichtje ontmoet, tientallen jaren niet gezien. Dat werd dus eindeloos bijpraten over vroeger. Verhalen van vroeger, foto’s van vroeger. Dit keer daarom voor het eerst een foto die ik niet zelf heb gemaakt. Dan zou ik moeten kunnen tijdreizen, en dat gaat me niet echt goed af. Op de foto staat mijn vader (de tweede van rechts) met zijn broertjes en zusjes. De enige manier van tijdreizen die ik echt goed onder de knie heb is geleidelijk ouder worden. Dat gaat me al ruim zeventig jaar goed af. Daar ga ik dus maar gewoon mee door.
Mijn nicht heeft wat gezondheid betreft net als ik aardig wat te verwerken gekregen. En zij pakt zij dat heel goed op, ik zou niet weten hoe je er nog positiever mee om kan gaan dan zij doet. Niet gaan zitten zeuren en mauwen, maar gewoon genieten van iedere dag. Niet kijken naar wat niet kan, maar gewoon doen wat je wel kunt. En vastbesloten zijn om oud te worden, de ziektes en kwalen niet te laten winnen. En je vooral niet druk maken en geen zorgen maken om iets waar je toch geen invloed op hebt. Dat is het recept voor gelukkig zijn. Het zette mij, met het dode vogeltje als extra duwtje in de rug, aan het denken over de dood, over kwetsbaar zijn, over zorgen dat de kwaliteit van leven hoog blijft. Mijn conclusie? Het is een kwestie van keuzes maken. Zelf bepalen waar ik me door laat leiden, waar ik energie aan besteed. Mijn nicht doet dat net als ik best goed, met als resultaat iedere dag plezier in het leven. En dan is zo’n ontmoeting een regelrecht feestje van herkenning.