8 januari 2023

Rust

Het leven zit vol verrassingen. Dacht ik, en met mij de artsen, dat mijn moeder nog maar zeer kort te leven had, nu zit ze er weer matig helder bij. Ze zit nog steeds soms een tijd lang naar iets te staren alsof ze geen flauw idee heeft waar ze naar kijkt. Maar ze eet weer en houdt dat ook binnen. Maar er zijn ook momenten dat ze helder is en ik een gesprek met haar kan voeren. Wat aan de ene kant intens verdrietig is, maar tegelijk ook van een wonderlijke schoonheid, is dat we over haar dood kunnen praten en over daarna. Haar wil om te leven is verdwenen. Ze heeft altijd gezegd dat ze net als haar moeder honderd wilde worden. Nu zegt ze heel eerlijk dat het voor haar echt genoeg is geweest. Op haar eigen verzoek zijn we met de huisarts gesprekken begonnen over euthanasie. Daar hadden we het met die huisarts maanden geleden ook al over gehad, maar toen was het nog “in het geval dat”. Gelukkig weet de huisarts daardoor wat mijn moeder wel en niet wil. Nu is het realiteit. Wat een ingewikkeld, moeizaam en langdurig proces is dat. Vooral omdat het bij mijn moeder niet om ondraaglijk fysiek leed gaat maar om psychisch lijden. En dat is nauwelijks vast te stellen. De huisarts heeft de gesprekken inmiddels dan ook gestaakt. Begrijpelijk, want bij een toetsing achteraf kan zij ernstig in de problemen komen. Maar het is zo intens verdrietig voor mijn moeder die nu door moet terwijl ze dat niet wil..
De ellende stapelt zich wel op. Een vriendin van mijn moeder die ook in het huis woonde is overleden. De vrouw van haar laatste nog levende broer ook. Toen ik haar dat vertelde zat zij minutenlang met tranen in de ogen voor zich uit te staren. En toen zei ze heel zachtjes: dat had ik moeten zijn. Dan breekt mijn hart. Maandag is de uitvaart van mijn tante, en mijn moeder wil mee. Dat wordt een zeer emotionele gebeurtenis. Het zou wel eens haar laatste kans kunnen zijn om haar broer te zien. Dus even goed samenwerken met het verzorgingshuis opdat zij goed verzorgd mee kan. Ik vind het een hele opgave, maar ik heb het graag voor haar over.
Het hele proces van de afgelopen dagen heeft me niet onberoerd gelaten, het heeft me zowat gesloopt. Nog maar pas geleden verzette alles in mij zich tegen haar dood. Mijn verstand zei dat dit het beste was, maar mijn hart wou haar niet kwijt. Het was een verscheurend dilemma dat mij continu bezig hield en flink bijdroeg aan mijn altijd aanwezige vermoeidheid. Maar naarmate ik gesprekjes met haar kon voeren, kon zien hoe zij verlangt naar de dood, kwam er steeds meer rust in mij. In de gesprekjes over hoe het is om te sterven, gesprekjes over wat er met haar as moet gebeuren, wat zij wil dat er met haar spulletjes gebeurt, kon ik moeiteloos meegaan. Ik begreep eindelijk dat het mooiste geschenk dat ik haar uit liefde kan geven is haar de rust van de dood te gunnen.
Ik wil dit verhaal toch met een andere toon afsluiten. Valt het jullie ook op dat de dagen alweer een beetje langer worden? Dat het zulk mooi weer is dat in de middag even uit de wind buiten zitten gewoon lekker is? Dat de hazelaars alweer volop in bloei staan? Ik merk het ook in mijn hobby op het dierenpark (een lieve vriendin vindt dat het geen werk is omdat ik het met zoveel plezier doe). De zwarte zwaan krijgt last van hormonen en voert dreigend een schijnaanval op mijn kruiwagen uit. De dwerggeitjes krijgen dikke buiken, zij zijn drachtig en dus huppelt er over een tijdje weer een hoop jong spul in de wei. De lente is nog ver weg, maar deze kleine signalen maken mij blij, helpen mij om verder te kunnen, al is dat soms lastig. En bovenal ben ik zo dankbaar en blij met mijn lieve vrienden en vriendinnen die pannenkoeken voor mij bakken, een lief kaartje of mailtje sturen (teveel om allemaal te beantwoorden), via internet een knuffel sturen, geduldig en liefdevol mijn verhaal aanhoren.


22 januari 2023

Volhouden

Ik heb vroeger veel meerdaagse trektochten in de bergen gemaakt. Sierra Nevada, Pyreneeën, Julische Alpen, Franse Alpen. Dagen achtereen lopen of eigenlijk zwerven, slapen in overvolle berghutten. En dan na een week ongeschoren en vies weer terug zijn bij het tentje en autootje. Douchen was er niet bij, hooguit even een kattenwasje in een ijskoude beek. Het was altijd mooi, altijd spannend want niet altijd ongevaarlijk en vooral altijd inspannend. Door ervaring wijs geworden was aan zo’n tocht beginnen iedere keer: “hope for the best but prepare for the worst”. En ja, dat liep wel eens bijna heel fout af.
Het waren iedere keer weer fantastische vakanties met onverwachte ontmoetingen met dieren die ik alleen van tv kende: sneeuwhoenders, steenbokken, gemzen. En hoe goed ik ook op de kaarten keek, er waren altijd verrassingen. Een recente steenlawine die het pad had weggevaagd, een helling die veel steiler was dan ik had ingeschat. Iedere keer weer denken, als ik daar ben waar de weg overgaat in lucht, ben ik boven. Om eenmaal daar te ontdekken dat ik er dan nog niet was. En dat nog eens en nog eens.
De grootste vreugde van die vakanties zat in het gevoel van volkomen vrijheid, de schoonheid van de bergen, even geen zorgen of agenda hebben. Zo mooi en bijzonder als die tochten waren, ze waren ook leerzaam. Bijvoorbeeld dat je moet volhouden en blijven lopen, niet opgeven als je bij je auto terug wilt komen. Gaan staan liften werkt niet. En hulp van anderen is ook niet altijd beschikbaar, al is de camaraderie met andere bergsporters groot. Maar je moet toch echt in staat zijn om jezelf te redden. En als het even moeilijk wordt is angst een slechte raadgever.
Ik moest er de afgelopen dagen aan terugdenken. In de bergen schatte ik de situatie soms te optimistisch of te pessimistisch in. Ik had erg opgezien tegen de uitvaart van mijn tante, waar ik met mijn moeder heen zou gaan. Het is echter alleszins meegevallen. De dienst zelf heeft zij door haar beperkingen grotendeels gemist, maar bij de condoleance was zij zielsblij eindelijk weer eens met haar broer en neven te kunnen praten. En eerlijk gezegd, zelfs tegen de verwachtingen van de artsen in knapt zij mentaal boven verwachting op. Al blijft zij soms verward. Alleen fysiek heeft zij heel veel moeten inleveren. Een kwartiertje heel rustig wandelen met rollator maakt haar buiten adem. Zo erg zelfs dat ik er een verpleegkundige van het verzorgingshuis bijhaalde.
Net als op dat steile bergpad omhoog ben ik er met mijn moeder ook nog niet. Net nu ik dacht er wel ongeveer te zijn en haar toestand stabiel was viel het toch weer tegen. Ze is weer gevallen. Niet echt ernstig gelukkig, geen grote schade zo lijkt het, een breuk in haar neusbeen. Erg pijnlijk, dat wel. Volgens de arts heeft het mogelijk wel een hersenbloedinkje tot gevolg. Het bracht me terug bij hoe onzeker alles is. Dat ik ongewild natuurlijk inschattingen en beelden heb bij hoe het is, bij hoe het zal gaan. Zelfs als het mezelf betreft. Ik blijk mezelf wat minder goed te kennen dan ik dacht. Vorige week mocht ik twee scans ondergaan om te kijken of de prostaatkanker in de afgelopen jaren stabiel is gebleven of niet. De uitslag maakt een fors verschil uit voor de verdere behandeling en voor mijn vooruitzichten. Ik dacht dat ik me daar geen zorgen over maakte, ik leef al zoveel jaar met die ziekte en de kennis dat die mij vroeg af laat te grazen gaat nemen. Vorige week zondag keek ik in mijn dossier of de uitslag al bekend was. Doorgaans duurt dat een paar dagen, maar tot mijn verrassing waren ze er al. Uitkomst: situatie stabiel. Beter dan dat kan niet. Ook al had ik uit bloedonderzoek al aanwijzingen dat de uitslag goed zou zijn, tot mijn eigen verbazing kwam ineens in een huilbui alle spanning eruit. Een spanning waar ik mij absoluut niet bewust van was geweest. Wat dit alles betreft ben ik eigenlijk weer in de bergen. Verrassing na verrassing waar ik steeds weer een manier voor moet vinden om er mee om te gaan, waarbij ik in mezelf en mijn eigen kunnen moet geloven, vol moet houden, door moet gaan en me vooral niet door mijn angsten moet laten leiden. Dan loopt het op de een of andere manier wel goed af.