3 oktober 2021

Integriteit

Ik heb het niet vaak over politiek. Natuurlijk is de politiek belangrijk voor mij, het bepaalt nu eenmaal ten dele mijn leven. Maar ik heb er altijd met enige achterdocht naar gekeken. Stemmen? Ja, dat wel. Niet stemmen is ook stemmen. Maar ik heb niet de illusie dat mijn stem ook maar enig verschil maakt. En of het nu op lokaal of landelijk niveau is, ik heb geen vertrouwen in de heren en dames die zich politici noemen. Waarom ik er nu dan wel over begin? Nu, ik heb met oprechte en toenemende belangstelling de formatie van een nieuw kabinet gevolgd. En ik moet zeggen, met toenemende verbijstering.
Er is een gezegde dat een volk de regering krijgt die het verdient. En ik heb de stellige indruk dat dit in ons landje helemaal waar is. Kabinet en Kamer maken zich ernstig zorgen over de verdeeldheid in onze samenleving. De verschillen in inzicht en standpunt met betrekking tot de aanpak van corona maakt die verdeeldheid op schrijnende wijze zichtbaar. Het bizarre is dat diezelfde verdeeldheid  in Den Haag volop is terug te vinden. Een typisch gevalletje van pot, ketel en zwart. Zes maanden formeren. Aanvankelijk met snoeiharde uitspraken: wel met die, absoluut niet met die ander. Dit nooit meer en de bestuurscultuur moet anders! En vervolgens loopt iedere poging tot het vinden van een basis voor samenwerking volkomen vast op een gebrek aan bereidheid tot samenwerken. En geleidelijk glijdt het spektakel af naar het loslaten van steeds meer stellingnames. Fladdergedrag zonder de schoonheid van een vlinder. Is Rutte toch niet meer de enige met een Pinoccioneus. Volgens mij wordt het voor een belangrijk deel gevoed door de angst voor nieuwe verkiezingen en wat daar de uitslag van zou zijn. Verkiezingen zijn niet in het landsbelang, wordt er dan om het hardst geroepen. Maar ik verdenk ze ervan dat het vooral niet in hun eigen belang is. En we eindigen met een situatie waarin de oude coalitie weer verder kan. Zes maanden gedoe voor niets. En natuurlijk wordt er nu heel hard geroepen dat dit geen doorstart is, maar een helemaal nieuw begin. Je moet toch iets zeggen om deze onzin te rechtvaardigen. Ik weet niet hoeveel mensen er zijn die dat durven te geloven. Ik in ieder geval niet. Als de doorstart er komt geef ik ze hooguit een paar maanden voor ze ruziënd over de vloer van het Binnenhof rollebollen. Krijgen we toch nog die verkiezingen. Groucho Marx, een Amerikaanse acteur en komiek uit de tijd van de van de stomme films, zei eens: “Ik heb mijn principes. En als ze je niet bevallen heb ik andere”. Ik vraag me echt af hoeveel van de betrokkenen ’s morgens in de spiegel kunnen kijken zonder een gevoel van schaamte. Maar misschien is dat wel een voorwaardelijke eigenschap in die business.
Maar goed, we zien wel hoe het uitpakt. Het meest zorgelijke vind ik hoe diep de verdeeldheid in onze samenleving is geworteld. Dat gaat veel verder dan Corona, dat is alleen maar de aanleiding waardoor die verdeeldheid zichtbaar en voelbaar wordt. En nee, ik heb daar geen oplossing voor. Het enige dat ik kan doen is begrip opbrengen voor andere standpunten, ze respecteren en ze niet bevechten of veroordelen. Integriteit is niet blijven staan voor wat echt waar is, maar voor waar je echt in gelooft. Al valt dat niet altijd mee. Ik denk dat onvrede en vooral een gevoel van onmacht een belangrijk rol spelen bij de verdeeldheid. Die onmacht voel ik zelf ook wel eens. Al is het maar door de trage mallemolen van de bureaucratie waar ik soms in terechtkom. En niet alleen bij de overheid. Ik loop soms tegen onzinnige regels aan, tegen onkunde en zelfs onwil om te doen wat gewoon nodig is. En in een enkel geval zelfs boos opzet. En zie dan diegene maar eens met zijn vinger in de suikerpot te betrappen. Boos worden gaat me dan niet helpen, al maakt het gevoel van onmacht mij soms ook woest en opstandig. Gewoon zelf een heldere strategie uitstippelen die voor de ander de ontsnappingsroutes afsluit helpt wel. En dan maar kijken of wat ik denk dat leugens zijn, dat ook werkelijk zijn zodat de ander bakzeil moet halen. Dat vind ik dan weer leuk, ik ben ijdel genoeg om de slimste te willen zijn.


17 oktober 2021

Inspiratie

Vorige week kwam er niets uit mijn pen vloeien. Nou ja, uit mijn toetsenbord. Het was een vreemde gewaarwording omdat mijn fantasie mij doorgaans niet echt met rust laat en er dus altijd wel iets opborrelt. Het leverde in plaats van een verhaal voor mijn lezers ieder geval wel veel leuke reacties voor mij op. De meest opvallende was: “Geen inspiratie is ook een vorm van inspiratie”.
Hè? Wat? Hoezo deze opmerking? Ik heb toch juist geen inspiratie?
Het bleek een hersenkraker waar ik echt een tijdje op liep te kauwen. Het maakte bij mij een herinnering los aan de tijd dat ik in Spanje woonde en werkte. Een van mijn bezigheden was het ontwikkelen en begeleiden van workshops die mensen moest helpen zich meer bewust te zijn en los te komen van de patronen waarin zij zich gevangen voelden. Bij ons in de buurt was een klooster van de Western Boeddhist Order. Een heleboel Zen, dus. Wij werkten graag met hen samen. Het boeddhisme kent nu eenmaal technieken die wij goed konden gebruiken als het ging om het laten beleven van nieuwe inzichten en het accepteren en gebruiken van wat er is, in plaats van er tegen te vechten. Een van die technieken is de koan.
Een koan is een vraag die niet te beantwoorden is. Zoals: “Wat is het geluid van één klappende hand”? De vraag lijkt dan ook volstrekt onzinnig. Het is gemakkelijk, zelfs verleidelijk, om te denken: laat maar, flauwekul. Maar als je je er echt mee bezighoudt doen dergelijke vragen uiteindelijk (je moet wel flink wat geduld hebben) waar ze voor bedoeld zijn. Namelijk je vaste denkpatronen, alles wat je denkt te weten, eens flink door elkaar te schudden en te veranderen.
Nu deden we tot opluchting van de deelnemers vooral andere dingen dan dergelijke onmogelijke vragen stellen. We probeerden ze ervaringen mee te geven die hen in staat stelden om op een andere manier naar hun leven en omgeving te kijken en dus anders over zichzelf te gaan denken. Je eigen gedachte dat iets niet mogelijk is of dat je iets niet kunt is nu eenmaal een flinke saboteur om succes te bereiken.
Een voorbeeld? Er was een keer een vrouw die deelnam, het was voor haar de laatste strohalm waar ze zich aan vastklampte. Ze was heel wat keren mislukt, zoals ze het zelf zei. Wij vroegen haar om een nogal ingewikkelde driedimensionale houten constructie te maken. In het begin wilde ze alleen maar de spijkers aangeven. Maar geleidelijk verleidden we haar, zonder dat ze het aanvankelijk echt in de gaten had, om steeds meer te doen tot ze uiteindelijk het helemaal zelfstandig afmaakte. Daarna heeft ze een paar dagen in stomme verwondering zitten kijken naar wat ze bereikt had. Ze ging naar huis met de opmerking: timmerman worden wil ik niet, ik hou niet van al die splinters in mijn handen. Maar ik kan nooit meer zeggen dat ik nergens voor deug.
Zo’n koan heeft uiteindelijk hetzelfde effect. Het leidt tot nieuwe inzichten, een andere perceptie van mijzelf en mijn wereld. En de opmerking over geen inspiratie is ook inspiratie was voor mij ook zo’n koan. Ik zeg wel altijd dat ik mijn verhalen vooral voor mijzelf schrijf, dat het op zondagochtend zulke fijne momenten van bezinning oplevert. Dat is waar, maar het is slechts een deel van de waarheid. Want toen het vorige week niet lukte voelde ik me toch wat schuldig. En dat kan natuurlijk alleen maar omdat ik het toch wel erg leuk vind dat zoveel mensen ze met plezier lezen. En dat dit mij een kick geeft: kijk, dat doe ik toch maar. Pure ijdelheid, dus. Niks mis mee, maar wel goed om te beseffen.
Die ijdelheid is dus ook een drijfveer en een bron voor mijn inspiratie. Ik ben blij met en dankbaar voor de reacties die ik krijg en die mij helpen. Het heeft in ieder geval dit verhaal opgeleverd. En ik kan er wel weer een tijdje op vooruit. Dankzij een reactie waar ik aanvankelijk helemaal niets van begreep.
De zonnebloem is dus voor degene die mij met die reactie aan het denken heeft gezet. En iedereen mag er natuurlijk van meegenieten, graag zelfs.


24 oktober 2021

Herfst

Gisterenochtend was ik vroeg wakker. Rond een uur of zes deed ik mijn ogen open omdat een volle maan mij in het gezicht scheen. Ik heb er even naar liggen kijken, ik vind dat nu eenmaal prachtig. Uiteindelijk ben ik maar opgestaan om ontbijt klaar te maken. Een beetje in bed blijven suffen is niets voor mij. Toen ik wat later met een bakje yoghurt met fruit op de bank zat zag ik ineens de mist opkomen. Een grappig gezicht. Hij kwam niet aanwaaien of zo. Nee, het vocht in de lucht condenseerde plotsklaps en de werelds buiten was zomaar verdwenen. Alsof er iemand met een mistmachine, zoals ze die op het toneel gebruiken, buiten op het grasveld even flink proefdraaide. Ik houd daar wel van. Niet als ik in de auto zit, dat is mij te link. Maar net als met sneeuw wordt het licht zo mooi, de wereld zo heerlijk stil. Dan is er in die rust even vrede op aarde.
De mist hoort bij de herfst, een jaargetijde waar ik altijd weer blij van wordt. De kleuren, de geuren zijn onvergelijkelijk. Zelfs de regen en de harde wind vind ik mooi. Alsof de natuur, nu de periode van winterslaap weer nadert, nog een poosje alles uit de kast haalt. Er wordt met energie gesmeten, en ik krijg daar ook energie van. Vrijdag stortregen, zaterdagochtend mist, zaterdagmiddag zon en dus de balkondeur wagenwijd open tot de zon met prachtige aquamarijnblauwe en sprankelende oranje tinten onderging. Hoe afwisselend wil je het hebben? Ik houd wel van dat onstuimige en dan weer onverwacht mooie weer, ik ben er dik tevreden mee.
Dat het herfst is merk ik ook aan de dieren in het dierenpark waar ik op uitkijk, met name aan de herten. Zij krijgen weer hun wintervacht waardoor het vrolijke oranje met witte vlekken verdwijnt onder een laag donkerbruin haar. En de bronsttijd is begonnen. In voorgaande jaren reed ik nog wel eens naar de Hoge Veluwe om samen met honderden andere mensen, veelal voorzien van scheepsladingen dure fotoapparatuur, te genieten van het spektakel van burlende edelherten. Ik kan er evenwel net zo goed voor thuis blijven. Toen ik gisterenochtend weer naar huis liep, na even op het park te zijn geweest, liet het mannetjeshert luidruchtig horen dat hij wel trek had in de dames. Een prachtig donker rommelend oergeluid kwam uit de keel van het imposante damhert rollen. De komende dagen zal hij wel doorgaan met zijn machovertoon, in de hoop de dames daarmee te verleiden. Het is wel een beetje jammer dat hij het enige mannetje is en er dus niets te bevechten valt. Op de Veluwe leidt de bronst tot een hoop spierballenvertoon en indrukwekkende knokpartijen. In het dierenpark niet, twee mannetjes zou echt onverantwoord zijn op de weide waar ze leven. Dus leeft het hert zich af en toe even uit op de koe, je moet toch wat als je indruk wilt maken op de meisjes. Hij gaat dan kop tegen kop staan duwen en kijken wie de sterkste is. Dat wint die koe, die het verder volkomen onverschillig laat, gemakkelijk. Gewoon omdat ze heel wat meer kilo’s in te brengen heeft en dus alleen maar hoeft te blijven staan tot een van beide het zat is.
Dat het herfst is merk ik ook aan de vogels op mijn balkon. In het voorjaar en de vroege zomer is het druk: mezen, boomklevers, roodborstjes, spechten die mijn pot vogelpindakaas leeg eten. Ze hebben dan jongen te voeren en dit is dan een welkome aanvulling op wat ze in de natuur aan eetbaars vinden. Nu is er meer dan genoeg eten. Insecten, rijp fruit: moeder aarde voorziet in een zeer goed voorziene tafel. De herfst is het seizoen van rijkdom en overvloed zodat de dieren hun wintervoorraden kunnen aanleggen. Alleen de mezen komen nu nog even snacken.
De nestkast van de mezen heb ik weer uitgemest. Ongelooflijk mooi, zo’n nestje van mos, veertjes en zo. Nestje eruit, heet water erdoorheen en de mezen hebben weer een schuilplaats voor de koude nachten die gaan komen. Een beetje zorg voor de natuur die zo veel te lijden heeft brengt de dieren en mij veel goeds.


31 oktober 2021

Natuur

Als je een beetje oplet valt er in de natuur heel wat te zien en te beleven, soms amusant en soms verrassend.
Vlak bij mijn huis is een park met een grote vijver. Daar vind je reigers, waterhoentjes, meerkoeten, eenden, af en toe een verdwaalde fuut of aalscholver. En ganzen, veel ganzen. Een paar nijlganzen, een flinke groep canadese ganzen die na een wintertje overwinteren het hier zo leuk vonden dat ze het hele jaar blijven. En een nog grotere groep grauwe ganzen. Of wat er bij die laatste voor moet doorgaan. Het is een soort cross-culturele samenleving geworden omdat ooit een paar tamme witte ganzen zich met de voortplanting hebben bemoeid, zodat er nu vooral grauwe ganzen met merkwaardige witte vlekken rondlopen. Het is een grappig stel. Doorgaans scharrelen ze, net als de canadezen, wat rond op het gras langs de vijver. Maar de niet-meer-zo-grauwe ganzen gaan regelmatig aan de wandel. En dan staan ze midden op straat of op het kruispunt doodgemoedereerd wat om zich heen te kijken. Als voetganger of fietser kom je er gemakkelijk langs. Maar een automobilist zal, toeterend of niet, toch echt even geduld moeten hebben tot het de dames en heren convenieert om op hun dooie akkertje aan de kant te gaan.
De verrassing kwam toen ik van de week, genietend van het warme weer naar ons landgoed Eyckenlust liep. Ik nam een rondje om het gebied heen, over een smal spoortje waar maar heel weinig mensen komen. Tot mijn verbazing zag ik wroetsporen, een heleboel. Die eens even goed bekijkend kwam ik tot de conclusie dit het werk van wilde zwijnen is. Ik dacht dat ik wel aardig wist wat er hier rond mijn dorp aan dieren rondloopt en vliegt, maar deze had ik niet verwacht.
Nog even over die herten in het dierenpark. Dat is groots vermaak, geen datingshow op tv kan er tegen op. Hier geen zenuwachtige en onhandig klungelende kandidaten. Verlegenheid komt er niet aan te pas. Het mannetjeshert is aanzienlijk beter in daten dan ik. Ooit heb ik wel eens een poging gewaagd. Zat ik daar in een vreemde kamer op een vreemde bank met een vreemde dame. In dat soort situaties ben ik gewoon te verlegen. Dat wordt dus niets, ik ben er dan ook heel snel weer mee opgehouden.
Voor de betere dating met de betere uitsloverij moet je nu in het dierenpark zijn. De bronsttijd van damherten duurt een week of vier, dus het is nog niet voorbij. Meneer hert heeft echt last van zijn hormonen. Hij paradeert als een soldaat over de wei, zijn voorpoten hoog optrekkend en dat even vast houdend. Het betere soort paradepas. En burlen, het klinkt als keihard boeren laten. En natuurlijk snuffelen, soms verrassend teder. Zodra de mevrouwen hert ontvankelijk zijn scheiden ze een feromoon af waar meneer heftig op reageert. Alleen heeft mevrouw niet altijd zin. Smoesjes over hoofdpijn zijn niet nodig. Als meneer wat al te opdringerig wordt neemt mevrouw gewoon op een holletje de benen. En meneer daar dan achteraan rennen. De arme jongen moet maar afwachten, want de dames hebben het voor het zeggen. Ze laten hem de illusie dat hij de baas is. Het zijn soms net mensen. En als de dames wel belangstelling hebben redden ze het prima zonder een flesje Chanel nr. 5 of een diep decolleté. Uiteindelijk krijgt meneer wel een keer zijn zin. Gelukkig maar, want dan zijn er in juni/juli weer kalfjes. Het is mooi hoe moeder natuur dat allemaal in elkaar heeft geknutseld.